Een Cursus
In Wonderen

Geautoriseerde Online Editie
Werkboek

LES 153

In mijn verdedigingsloosheid ligt mijn veiligheid.

1. 1Jij die je bedreigd voelt door deze veranderende wereld, haar grillen van het lot en wrange grappen, haar kortstondige relaties en alle ‘geschenken’ die ze enkel te leen geeft om weer af te nemen: neem deze les ter harte. 2De wereld biedt geen veiligheid. 3Ze is in de aanval geworteld, en al haar ‘geschenken’ van schijnbare veiligheid zijn bedrieglijke misleidingen. 4Ze valt aan, en valt opnieuw aan. 5Er is geen innerlijke vrede mogelijk waar dusdanig gevaar dreigt.

2. 1De wereld roept slechts een verdedigende houding op. 2Want bedreiging brengt woede, woede maakt dat een aanval redelijk lijkt, eerlijk uitgelokt, en gerechtvaardigd onder het mom van zelfverdediging. 3Toch is een verdedigende houding een dubbele bedreiging. 4Want ze getuigt van zwakheid, en bouwt een verdedigingssysteem op dat niet werken kan. 5Nu worden de zwakken nog verder ondermijnd, want er is verraad van buitenaf en groter verraad nog vanbinnen. 6Nu raakt de denkgeest verward, en weet niet waarheen zich te wenden om te ontsnappen aan zijn inbeeldingen.

3. 1Het is alsof hij door een ring stevig wordt omklemd, waarin hij door een nieuwe ring, met daarin nog een, gebonden wordt, totdat er geen hoop op ontsnapping meer kan zijn, laat staan dat hij ontsnappen kan. 2Aanval, verdediging – verdediging, aanval, worden de kringloop van de uren en de dagen die de denkgeest binden met zware stalen banden met ijzer bekleed, en ze keren slechts terug om van voor af aan te beginnen. 3Er lijkt geen onderbreking te zijn, noch een eind te komen aan de steeds strakker wordende greep van de kerkering van de denkgeest.

4. 1Verdedigingen zijn de onbetaalbaarste van alle prijzen die het ego van jou vordert. 2Daarin schuilt een dwaasheid van zo’n grimmige vorm dat hoop op innerlijke gezondheid niet meer dan een ijdele droom lijkt, die het mogelijke te boven gaat. 3Het gevoel van dreiging waartoe de wereld aanzet is zo veel dieper, en zo ver verwijderd van de waanzinnigheid en intensiteit die jij je kunt indenken, dat je geen idee hebt van alle verwoesting die erdoor is aangericht.

5. 1Jij bent er de slaaf van. 2Je weet, uit angst ervoor, niet wat jij doet. 3Je begrijpt niet hoeveel jij, die de ijzeren greep ervan om je hart voelt, hebt moeten offeren. 4Je beseft niet wat jij met je verdedigende houding gedaan hebt om de heilige vrede van God te saboteren. 5Want jij ziet de Zoon van God als slechts het slachtoffer van de aanvallen door fantasieën, dromen en illusies die hij gemaakt heeft; niettemin hulpeloos in de aanwezigheid ervan, slechts behept met de behoefte verdedigd te worden door nog meer fantasieën en dromen waarmee illusies over zijn veiligheid hem troosten.

6. 1Verdedigingsloosheid is kracht. 2Ze getuigt ervan dat jij de Christus in jezelf herkent. 3Misschien herinner jij je dat het tekstboek stelt dat een keuze steeds wordt gemaakt tussen de kracht van Christus en je eigen zwakheid, gezien als los van Hem. 4Verdedigingsloosheid kan nooit worden aangevallen, omdat deze een kracht erkent zo groot dat een aanval waanzin is, of een onnozel spel dat een vermoeid kind speelt, wanneer het te slaperig wordt om nog te weten wat het wil.

7. 1Een verdedigende houding is zwakheid. 2Ze verkondigt dat jij de Christus hebt verloochend en Zijn Vaders woede bent gaan vrezen. 3Wat kan jou nu verlossen van je waanidee van een boze god, wiens vreeswekkend beeld jij aan het werk meent te zien in alle kwaad ter wereld? 4Wat anders dan illusies kunnen jou nu verdedigen, wanneer het slechts illusies zijn die jij bestrijdt?

8. 1We zullen vandaag zulke kinderachtige spelletjes niet spelen. 2Want ons ware doel is de wereld te verlossen, en we willen de oneindige vreugde die onze functie ons biedt niet voor dwaasheid inruilen. 3We willen niet dat ons geluk ons ontglipt omdat een flard van een onzinnige droom toevallig in onze denkgeest opkwam, en we de figuren erin aanzagen voor de Zoon van God, en het nietig ogenblik ervan hielden voor de eeuwigheid.

9. 1We gaan vandaag aan dromen voorbij, en zien in dat we geen verdediging nodig hebben, omdat we onaantastbaar geschapen zijn, zonder enige gedachte of wens of droom waarin aanval enige betekenis heeft. 2Nu kunnen we niets meer vrezen, want we hebben alle angstige gedachten achter ons gelaten. 3En in verdedigingsloosheid zijn we geborgen, sereen en zeker nu van onze veiligheid, zeker van de verlossing, zeker ook dat we ons gekozen doel zullen vervullen, nu ons dienaarschap zijn heilige zegening over de wereld verbreidt.

10. 1Wees een ogenblik stil en bedenk in stilte hoe heilig je doel is, hoe veilig jij rust, onaantastbaar binnen het licht daarvan. 2Gods dienaren hebben ervoor gekozen dat de waarheid met hen is. 3Wie is heiliger dan zij? 4Wie kan er zekerder van zijn dat zijn geluk volledig is gewaarborgd? 5En wie kan er machtiger bescherming hebben? 6Welke verdediging zou ook maar enigszins nodig kunnen zijn voor hen die behoren tot de uitverkorenen van God, zowel door Zijn als door hun eigen uitverkiezing?

11. 1Het is de functie van Gods dienaren hun broeders te helpen dezelfde keuze te maken als zij. 2God heeft allen uitverkoren, maar weinigen zijn tot het inzicht gekomen dat Zijn Wil geen andere is dan die van hen. 3En zolang je verzuimt te onderwijzen wat jij hebt geleerd, wacht de verlossing en houdt duisternis de wereld in meedogenloze gevangenschap. 4Evenmin zul jij leren dat het licht tot jou gekomen is en je ontsnapping is volbracht. 5Want jij zult het licht niet zien tot je het aan al jouw broeders aanbiedt. 6Wanneer zij het uit jouw handen aannemen, zul jij het herkennen als wat jou toebehoort.

12. 1Verlossing kan worden gezien als een spel dat gelukkige kinderen spelen. 2Het werd ontworpen door Iemand die Zijn kinderen liefheeft, en die hun griezelig speelgoed wil vervangen door blije spelen, die hun leren dat het angstspel over is. 3Zijn spel onderwijst geluk, omdat er geen verliezer is. 4Iedereen die speelt moet wel winnen, en zijn winnen verzekert winst aan iedereen. 5Het spel van de angst wordt met vreugde opzij gelegd, wanneer kinderen gaan inzien welke voordelen verlossing brengt.

13. 1Jij die gespeeld hebt dat je verloren bent voor alle hoop, door je Vader verlaten, en in doodsangst alleen bent gelaten in een beangstigende wereld die door zonde en schuld waanzinnig is gemaakt: wees nu verheugd. 2Dat spel is voorbij. 3Nu is een kalme tijd aangebroken, waarin we het speelgoed van de schuld afdanken en onze vreemde, kinderlijke gedachten over zonde voor eeuwig opbergen, afgesloten voor de zuivere, heilige denkgeest van de kinderen van de Hemel en de Zoon van God.

14. 1Slechts een moment langer houden we stil om ons laatste, blije spel op deze aarde te spelen. 2En dan gaan we onze rechtmatige plaats innemen waar waarheid woont en spelletjes geen betekenis hebben. 3Zo komt het verhaal ten einde. 4Laat deze dag het laatste hoofdstuk dichter tot de wereld brengen, opdat eenieder leren mag dat het verhaal dat hij leest over een angstaanjagend lot, de vernietiging van al zijn hoop, zijn armzalige verdediging tegen een wraak waaraan hij niet ontsnappen kan, slechts zijn eigen misleide fantasie is. 5Gods dienaren zijn gekomen om hem te doen ontwaken uit de duistere dromen die dit verhaal heeft opgeroepen in zijn verwarde, verbijsterde herinnering aan deze vervormde legende. 6Gods Zoon kan eindelijk weer glimlachen, nu hij hoort dat het niet waar is.

15. 1Vandaag oefenen we in een vorm die we een hele tijd zullen handhaven. 2We beginnen elke dag met zo lang mogelijk onze aandacht te geven aan de dagelijkse gedachte. 3Vijf minuten wordt nu het minste dat we geven ter voorbereiding op een dag waarin verlossing ons enig doel is. 4Tien zou beter en vijftien nog beter zijn. 5En naarmate afleiding niet langer de kop opsteekt om ons van ons doel af te houden, merken we dat een half uur met God doorgebracht nog te kort is. 6Ook ‘s avonds zullen we dankbaar en vreugdevol bereid zijn niet minder te geven.

16. 1Elk uur vermeerdert onze toenemende vrede, wanneer we eraan denken trouw te zijn aan de Wil die wij delen met God. 2Soms zal een minuut misschien, of minder zelfs, het meeste zijn dat we bieden kunnen bij het verstrijken van elk uur. 3Af en toe zullen we het vergeten. 4Op andere momenten zullen de bedrijvigheden van de wereld al onze aandacht opeisen, en zullen we niet in staat zijn ons even terug te trekken en onze gedachten te richten op God.

17. 1Maar wanneer we kunnen, zullen we gevolg geven aan de ons toevertrouwde taak als dienaren van God, door elk uur onze missie en Zijn Liefde te gedenken. 2En we zullen in stilte klaar zitten en op Hem wachten en naar Zijn Stem luisteren, en horen wat Hij wil dat we in het komende uur doen, terwijl we Hem danken voor alle gaven die Hij ons in het afgelopen uur gaf.

18. 1Door oefening zul je mettertijd nooit ophouden aan Hem te denken en Zijn liefdevolle Stem te horen, die je voetstappen leidt naar rustige wegen, waar je zult wandelen in ware verdedigingsloosheid. 2Want je zult weten dat de Hemel jou vergezelt. 3Ook wil jij je denkgeest geen ogenblik meer van Hem afhouden, zelfs al besteed jij al je tijd eraan om de wereld verlossing aan te reiken. 4Denk je niet dat Hij dit mogelijk zal maken, voor jou die ervoor gekozen heeft Zijn plan voor de verlossing van de wereld en van jouzelf ten uitvoer te brengen?

19. 1Vandaag is ons thema onze verdedigingsloosheid. 2Wij hullen ons daarin, wanneer we ons klaarmaken om de dag tegemoet te treden. 3Wij rijzen op, sterk in Christus, en laten onze zwakheid in het niet verzinken, wanneer we bedenken dat Zijn kracht in ons verblijft. 4We herinneren onszelf eraan dat Hij heel de dag door aan onze zijde blijft en onze zwakheid nooit zonder de steun laat van Zijn kracht. 5We doen een beroep op Zijn kracht, telkens wanneer we voelen dat de dreiging van onze verdedigingen onze doelgerichtheid ondermijnt. 6We houden een ogenblik stil, terwijl Hij ons laat weten: ‘Ik ben hier.’

20. 1Nu begint jouw oefening de ernst van de liefde aan te nemen, om jou te helpen voorkomen dat je denkgeest van zijn voornemen afdwaalt. 2Wees niet bang of beschroomd. 3Er bestaat geen twijfel over dat jij je einddoel bereiken zult. 4De dienaren van God kunnen nooit falen, want de liefde, kracht en vrede die van hen naar al hun broeders uitstralen, komen van Hem. 5Dit zijn Zijn gaven aan jou. 6Jouw verdedigingsloosheid is al wat jij Hem ervoor terug hoeft te geven. 7Je legt slechts terzijde wat nooit werkelijk is geweest, om Christus te aanschouwen en Zijn zondeloosheid te zien.